• Groene gewasbescherming heeft de toekomst

    In het voorjaar is Proeftuin Zwaagdijk in samenwerking met fabrikanten en toeleveranciers van groene gewasbescherming, Vollegrondsgroente.net en Universiteit van Amsterdam gestart met het TKI project ‘Groene gewasbescherming heeft de toekomst’. In het project worden kansrijke strategieën met GNO’s (gewasbescherming van natuurlijke oorsprong), duurzame zaadbehandelingen en geïntegreerde bestrijding ontwikkeld in de sectoren vollegrondsgroenten, akkerbouw, bloembollen en glastuinbouw. De nadruk ligt op het verbeteren van de (nog) te lage werking van groene alternatieven ten opzichte van&nbspgangbare chemische bestrijding. Inmiddels zijn de eerste resultaten beschikbaar.

    TKI toeslag
    TKI staat voor Topconsortia voor Kennis en Innovatie. Om bedrijven te prikkelen deel te nemen aan TKI’s heeft de overheid een TKI-toeslag ingevoerd. Voor iedere euro die een bedrijf in een TKI investeert legt de overheid 25 cent bij. Een TKI project moet onderzoek naar innovatieve producten bevatten.

    Doel
    Achterliggend doel van het consortium is het ontwikkelen van een effectief en duurzaam pakket ‘groene gewasbescherming’ waarmee bij hoge ziekte- en plaagdruk misoogsten en onoverkomelijke schade aan het gewas voorkomen worden. Op lange termijn streeft het consortium naar een landbouw die nagenoeg emissie- en residuvrij produceert in robuuste teeltsystemen met een sterk verminderde afhankelijkheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen. De meest belangrijke randvoorwaarde van het project is het behouden of verbeteren van de opbrengst en kwaliteit van het product om de concurrentiepositie van Nederland op het gebied van landbouw op alle vlakken te versterken.

    Vollegrondsgroenten
    Vollegrondsgroententelers implementeren nieuwe GNO’s nog maar nauwelijks in hun gewasbeschermingstrategieën. De reden is dat beperkt kennis beschikbaar is over optimale toepassingsomstandigheden. Verder is vaak niet duidelijk hoe een GNO ingepast kan worden in een bestaand gewasbeschermingsschema. Dit jaar zijn voor een viertal plagen verschillende schema’s met GNO’s getest. De focus lag op beheersing van een viertal plagen: trips in prei en sluitkool, koolvlieg in spruitkool, wortelvlieg in peen en mineervlieg in witlof. Daarnaast zijn toepassingsomstandigheden onder de loep genomen. Verschillende momenten van toepassing zijn vergeleken. Bij welk ontwikkelingsstadium van plant is de werking optimaal? En bij welk moment in de populatie opbouw van insectenplaag starten met de toepassing van de biological? Ook zaken als het aantal keer toepassen per teelt en dosering zijn onderzocht. Constant werd de insectenpopulatie gemonitord. Bij oogst werden de producten beoordeeld op kwaliteit en zijn residuen gemeten.

    Glasgroenten en potplanten
    In glasgroenten kunnen temperatuur, vochtigheid en lichtinval in de kas invloed hebben op GNO’s. Ook in dit deelproject is daarom gekeken naar & welk moment van toepassing het meest optimaal is. Daarnaast is gekeken hoe nieuwe biologicals opgenomen kunnen worden in bestaande strategieën met geïntegreerde bestrijding en correctiebespuitingen in paprika, komkommer en tomaat. Insecten waar het onderzoek zich dit jaar op richtte waren trips, wittevlieg en mijten. Verder is het consortium in voorbereiding met UVA op een studie over het ingrijpen van GNO’s in de levenswijze van spint. Spint wordt door telers en toeleveranciers aangemerkt als één van de complexe plagen in de glastuinbouw. Voor schimmels richt het deelproject zich op Fusarium, meeldauw, Botrytis, Pythium en Alternaria. In potplanten probeert het consortium te komen tot optimale werking van biologicals op trips in chrysanten en beheersing van Rhizoctonia, valse Meeldauw en pythium in potplanten. Andere cases zijn Botrytis in cyclaam en wittevlieg in potgerbera.

    Bloembollen
    Het onderzoek in bloembollen richt zich dit jaar op het beheersen van aaltjes en Rhizoctonia in lelie met nieuwe biologicals. In het deelproject is gekeken naar de optimale temperatuur en vochtigheid rond de toepassing. Ook de vochtigheid van de grond speelt een rol. De bloembollen zijn inmiddels geplant op verschillende gronden in Nederland.

    Akkerbouw
    In akkerbouw zijn proeven uitgevoerd met nieuwe fast- en slow release zaadbehandelingen. De additives bestaan uit voedingsstoffen, planthormonen, stoffen die genen activeren en stoffen die de weerstand van planten verhogen. Het onderzoek richt zich op de diverse omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de werking zoals bodem, temperatuur en vocht. Eén van de onderzoekitems was het creëren van een weerbare aardappelen tegen ritnaalden, Alternaria, Phytopthora en Erwinia met een aantal van oorsprong natuurlijke middelen.&nbsp Verder zijn coatingen in sla, uien en rode biet getest. Andere onderwerpen waren Xanthomonas en Sclerotinia in sla- en koolgewassen, Fusarium in prei en Cavity Spot in peen.

    Proeftuin Zwaagdijk en de fabrikanten beoordelen op het moment de verzamelde data. Deze zullen overlegd worden met de betrokken bedrijven en de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmateriaal. Aan de hand daarvan besluiten de partijen of de tweede fase van het project doorgaat. Het projectplan gaat uit van een onderzoekperiode van drie jaar om toepassing van GNO’s en zaadbehandelingen in combinatie met geïntegreerde bestrijding op een hoger plan te krijgen.

nieuwsbrieven

Groene gewasbescherming heeft de toekomst