• Geintegreerde bestrijding wittevlieg in terrasplanten

    In juni 2011 is Proeftuin Zwaagdijk in samenwerking met Fytoconsult een project gestart waarbij er geïntegreerde gewasbeschermingstrategieën op de plaaginsecten wittevlieg en trips worden beproeft. Deze proeven worden uitgevoerd op verscheidene potplanten. De proef met wittevlieg is verdeeld in totaal drie teeltronden, waarbij er in teeltronden twee van september 2011 tot april 2012 bestrijdingsstrategieën zijn getest op totaal drie soorten terrasplanten. De resultaten van deze proef zijn op dit moment nog erg wisselend.
    De financiering van het totale project is verzorgd door Productschap Tuinbouw en verscheidene leveranciers van biologische gewasbeschermingproducten.

    In de teelt van terrasplanten (kuipplanten) kan wittevlieg een groot probleem zijn. Gangbare soorten zoals Salvia, Lantana en Anisondontea zijn erg gevoelig voor wittevlieg. Op het blad kunnen larven en poppen zich vestigen waardoor er o.a. honingdauw en groeiremmingen ontstaan. Vooral deze honingdauw geeft een sterke vermindering van de sierwaarde van het geteelde product.

    In twee onderzoeksafdelingen van Demokwekerij Westland is de wittevlieg bestreden met een combinatie van natuurlijke vijanden en verschillende biologische spuitmiddelen. In een andere afdeling is de wittevlieg bestreden met enkel natuurlijke spuitmiddelen.
    Er is in de teeltronde met de terrasplanten gekozen om o.a. de roofmijten
    Amblydromalus limonicus  en  Amblyseius montdorensis toe te passen. De door Koppert geproduceerde roofmijt A. limonicus wordt geleverd in flessen, waarbij de roofmijt over het gewas wordt uitgestrooid. De A. montdorensis wordt geproduceerd Syngenta Cropprotection en wordt geleverd in zakjes die tussen de planten worden uitgezet. Beide generalistische roofmijten zijn met een twee wekelijkse interval van 150 tot 100 roofmijten per vierkantenmeter uitgezet.  In beide afdeling is verder wekelijks de sluipwesp Encarsia formoa ingezet met een dosering van 6 wespen per vierkantenmeter. Naast deze natuurlijke vijanden zijn de planten wekelijks behandeld met de middelen Botanigard of Mycotal. De werkzame stof van beide producten is een plantparasitaire schimmel die vooral de larven stadia van de wittevlieg kan bestrijden. In de laatste fase van deze teeltronde zijn de terrasplanten behandeld met de producten Spruzit en ERII. Beide middelen hebben een bestrijdende werking op de adulten van de wittevlieg, maar zijn daarbij wel schadelijk voor de natuurlijke vijanden.
    In een andere onderzoeksafdeling zijn er geen natuurlijke vijanden toegepast, maar zijn er alleen combinatiebespuitingen uitgevoerd met gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong (GNO’s).

    De wittevlieg bleek gedurende de gehele proefperiode moeilijk onder controle te houden. Vooral op het blad van Salvia planten was er te veel ongewenst honingdauw aanwezig.
    Zelfs in de winterperiode, waarbij er etmalen van ronde de 10 graden in de afdelingen werden gerealiseerd was de wittevlieg nog actief. Positief was wel dat beide roofmijten ook actief bleven bij deze lage temperaturen. Vooral in de maanden februari en maart ging de ontwikkeling van de wittevlieg te hard en waren de wekelijkse toepassingen met de GNO’s niet afdoende. De frequentie van bespuitingen is daarom verhoogd naar maximaal tweemaal toepassingen per week.

    Voor vragen over de status van het onderzoek kunt u contact opnemen met Jeroen Sanders van Proeftuin Zwaagdijk.

     

nieuwsbrieven

Geintegreerde bestrijding wittevlieg in terrasplanten