• Hoe staat het met het meerjarige project: ‘Naar een duurzame koolteelt’? 
    In 2017 is het project ‘Naar een duurzame koolteelt’ gestart met een literatuuronderzoek naar de plagen trips en luis en natuurlijke vijanden van deze plagen. Op drie proeflocaties (Zevenhuizen, Dirkshorn en Middenmeer (bio)) werd gemonitord in sluit- en spruitkool met verschillende methoden. De conclusies van 2017 waren dat weinig natuurlijke vijanden (zoals larven en poppen van gaasvliegen, zweefvliegen en lieveheersbeestjes) en plagen (trips en bladluizen) werden gevonden tijdens gewasscoutingen. In het project wordt alleen gefocust op de bovengrondse natuurlijke vijanden van luis en trips. Vangplaten zijn hier geschikt voor, maar meten alleen de vlucht van insecten. Dit zegt niets over de daadwerkelijke aantallen van de plaag in het gewas, noch de effectiviteit van een bepaalde behandeling. Gekozen is voor gele vangplaten, omdat deze makkelijker te determineren zijn. In beide jaren werd geconcludeerd dat er lage aantallen natuurlijke vijanden van de tabakstrips op de vangplaten zijn geteld.

    Het grootste aantal aan natuurlijke vijanden van bladluis in 2018 werd gevonden in het biologische sluitkoolperceel Middenmeer: 1800 insecten in totaal, waarvan 6% bladluis en 30% predatoren. In Dirkshorn was dit 1400, waarvan 15% luis en 20% predatoren. Dit waren voornamelijk sluipwespen. Wanneer bijvoorbeeld het aantal luizen toeneemt, neemt het aantal sluipwespen toe. Neemt de hoeveelheid luizen af, dan neemt het aantal sluipwespen ook af. In 2018 bleek dat de verhouding trips versus natuurlijke vijand op alle locaties vergelijkbaar was. Middenmeer (bio) had 59% trips en 1% predatoren; Dirkshorn 61% trips en 1% predatoren en Zevenhuizen 53% trips, waarvan 1% natuurlijke vijand.

    Uit de gegevens van 2017 en 18 bleek dat vangplaten een beeld geven van de vlucht van trips en luis. De trips druk is dit jaar (2019) hoog, met de vlucht in eind juli. De aantallen en het percentage schade van trips wordt ook geteld in de kolen zelf. In 2017 waren beide hoger in de onbehandelde velden vergeleken met chemische standaard. De conclusies in 2018 waren dat een chemisch spuitschema zorgt voor de minste schade door trips. Biologische alternatieven worden ook dit jaar weer getest.

    Sinds 2018 wordt onderzocht of de mannelijke koolmot verward raakt door een overdosis aan verwarringsferomoon, waardoor deze de vrouwtjes niet vinden en er geen nageslacht (rupsen) ontstaat. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2019 worden er ook preventief roofmijten in de sluitkool geïntroduceerd (tegen larven tabakstrips). Dit jaar worden rassenproeven uitgevoerd, waarbij gekeken wordt naar schimmel- en trips gevoeligheid. Het suikergehalte van het blad wordt bijvoorbeeld gemeten in relatie tot trips.

Hoe staat het met het meerjarige project: ‘Naar een duurzame koolteelt’?