• Trips en late koolvlieg zijn de grootste knelpunten om kwaliteitspruiten te telen. Wanneer trips niet adequaat wordt bestreden, kan deze plaag hele percelen spruiten waardeloos maken. Door rotte spruiten en versmering van rotte spruiten door aantasting van de late koolvlieg is na de oogst veel kostbaar uitzoekwerk nodig.

    Vanuit de kerngroep spruitkool kwam de vraag welke spuitschema’s de beste werking hebben op beide plagen. In overleg met de kerngroep spruitkool en adviseurs van Agrifirm, CZAV en Van Iperen werden diverse spuitschema’s opgesteld. Hierbij werd gebruik gemaakt van de input van Proeftuin Zwaagdijk die veel ervaring heeft in de bestrijding van trips in sluitkool.

    Naast een standaardschema met pyrethroïden werd gekozen voor spuitschema’s zonder pyrehtroïden om natuurlijke vijanden te sparen. In de schema’s werd gevarieerd in het tijdstip van de eerste bespuiting met Movento. Bij het vroege schema was dit al rond 24 juni, bij het standaardschema 22 juli en bij middelvroeg 8 juli. Hiernaast participeerden DuPont, Syngenta, Dow en Bayer in de proeven.

    Nabij Lelystad werd op een perceel het tripsgevoelige ras Marte geplant. In Mijnsheerenland werd de proef tegen de late koolvlieg in de rand van een perceel Cobus aangelegd. Vanaf 24 juni werd tot eind september om de 14 dagen gespoten. Alleen tussen 22 juli en 19 augustus werden er wekelijks insecticiden ingezet.
    In Lelystad waren twee extra behandelingen toegevoegd één met een experimentele uitvloeier en één waarbij aan elke bespuiting 5 l/ha foliplus spuitzwavel werd toegevoegd.

    Bij Lelystad werd in juli en begin augustus nauwelijks trips of schade door trips waargenomen. Pas op 20 augustus had 30% van de onbehandelde spruiten schade tegen 2 tot 15% bij de bespoten behandelingen. In september kwam er duidelijk onderscheid tussen de spuitschema’s. Met name het schema van DuPont (een standaard schema met tweemaal een experimenteel middel) en de twee doorspuitschema’s met een experimenteel product van Syngenta kwamen sterk naar voren. Dit bleek zowel uit het gemiddeld percentage oppervlak met tripsschade als het percentage spruiten met tripsschade. Tijdens de oogstwaarneming op 15 oktober werd dit bevestigd. De schema’s waarbij in augustus en september viermaal Tracer toegepast was, kwamen beter voor de dag in vergelijking met schema’s met vroege bespuitingen met Tracer. De behandeling met de vroegste inzet met Movento had getalsmatige iets minder schade door trips dan de middelvroege inzet van Movento, maar dit was niet significant. De grote verschillen in aantasting door trips tussen de spuitschema’s waren 21 oktober te zien op de open middag bij Jos Schelling in Mijnsheerenland.

    In Mijnsheerenland werden rotte spruiten door aantasting door de larve van de late koolvlieg vanaf september gevonden. Eén van de doorspuitschema’s van Syngenta bleek al snel effectief te zijn. De proef in Mijnsheerenland wordt nog eenmaal beoordeeld, maar de tussenstand geeft aan dat de beste schema’s de aantasting bijna halveren. In Lelystad had het object met spuitzwavel duidelijk de laagste aantasting door de late koolvlieg. Of dit ‘geluk’ is of een echt behandelingseffect, zal uit nieuw onderzoek moeten blijken. Met name tegen trips lijken er mogelijkheden te zijn om de effectiviteit van de spuitschema’s te verbeteren door middelen met een verschillende werking op het optimale tijdstip in te zetten.

    Jan de Lange, Proeftuin Zwaagdijk.

    Figuur 1. Alle spuitschema’s verminderden de aantasting door trips. De beste behandelingen zijn groen gemarkeerd. Waarneming tripsproef Lelystad, 15 oktober 2015.

    Figuur 2. Het aantal spruiten met aantasting door de larve van de late koolvlieg is het hoogst bij onbehandeld. De beste behandelingen in Mijnsheerenland zijn groen gemarkeerd.

     

Grote verschillen in proeven spruitkool Proeftuin Zwaagdijk